Periode tot 1960

De NVG is vlak na de Tweede Wereldoorlog opgericht. Zoals wel vaker gebeurt bij de oprichting van dergelijke verenigingen, waren er afzonderlijke initiatieven die elkaar ontmoetten en wisten te versterken in een gemeenschappelijke actie. Twee belangrijke stromingen in het ontstaan van de Nederlandse Vereniging voor Gerontologie waren de 'medische invalshoek' en de 'maatschappelijke invalshoek' in de personen van professor Sleeswijk en doctor Muntendam.

Toen daags na de oorlog de Britse gerontoloog Korenchevsky ons land bezocht om belangstelling te wekken voor de gerontologie, vonden de medische stroming rond Sleeswijk en de maatschappelijke stroming rond Muntendam elkaar. Dit leidde tot het oprichten van de Nederlandse Vereniging voor Gerontologie. De eerste bijeenkomst had plaats in 1946. De statuten van de nieuwbakken vereniging werden in 1947 vastgesteld.

In 1950 werd, mede door toedoen van de NVG, de International Association of Gerontology (IAGG) opgericht. Binnen Europa speelde de NVG een belangrijke rol in de ontwikkeling van de gerontologie met de organisatie van het Europese Geriatrische Congres. Gedurende drie dagen behandelden onderzoekers uit heel Europa diverse thema's in 75 voordrachten. Het nationale hoogtepunt van de vereniging in die periode viel in 1956. In Scheveningen werd een groot landelijk meerdaags congres inzake het bejaardenvraagstuk georganiseerd. Dit evenement trok ruim 1300 bezoekers.